Kostwinner of kostwinnaar

Het enige juiste antwoord is: kostwinner!

Alhoewel het me niet verwondert als iemand ‘kostwinnaar’ schrijft. Als je iets wint, ben je toch de winnaar? Hier wordt echter niet het ‘winnen’ van overwinnen bedoeld, maar het ‘winnen’ als in verdienen, verkrijgen. En iemand die dat doet is een winner, geen winnaar (maar je kunt je wel een winnaar voelen natuurlijk, met je loonstrookje in handen).

Winnaar is wel een uitzondering trouwens binnen alle woorden die aanduiden dat een persoon dat werkwoord uitvoert. Bij de meeste werkwoorden op -en is de afgeleide persoon een -er. Kijk maar: roken-roker, lopen-loper, maken-maker, kappen-kapper, eten-eter, bellen-beller, snowboarden-snowboarder, skiën-skiër, en zo kan ik nog wel even doorgaan. Tenzij het werkwoord dan weer eindigt op -elen, -eren of -enen, want dan eindigt het wél op -aar: knuffelen-knuffelaar, martelen-martelaar, piekeren-piekeraar, rekenen-rekenaar.

Samen met leraar, minnaar en dienaar is winnaar dus een uitzondering op die regel. Winner is dan ook van oudsher de juiste vorm, ook voor het werkwoord winnen als in overwinnen.

 

Weer wat geleerd!

Wil jij ook wekelijks meedoen met de taalquizjes op Facebook? Geef de pagina van ZonderFout.nl dan een vind-ik-leuk en doe mee!

Taalweetje_1